Valtechnieken

Gepost op 20/03/2018

Een van de eerste technieken die aangeleerd worden in de Oosterse krijgskunsten (bvb. judo, jujutsu/jiujitsu, aikido) zijn de valtechnieken. Ook in onze multivechtsport (Koryu Uchinadi) komen valtechnieken vroeg in het leertraject aan bod.

In het Japans worden valtechnieken “ukemi waza” genoemd. “Waza” kan vertaald worden als ‘technieken’ of ‘vaardigheden’. “Ukemi” bestaat uit de woorden “uke” en “mi” en vertalen we respectievelijk als ‘ontvangen’ en ‘lichaam’. Ukemi waza leert de budoka om de grond met het lichaam te ontvangen, of, met andere woorden, om te leren vallen zonder dat het lichaam schade oploopt.

Hoe wordt er correct gevallen? Dit kan op twee manieren gebeuren:

1. We kunnen de val breken. We kunnen dit doen door met de hand hard op de grond te slaan net voor het moment dat de romp de grond raakt. De slag met de hand werkt daarbij als een schokbreker.

2. We kunnen een rolbeweging maken, zodat er geen loodrechte impact met het lichaam op de grond gemaakt wordt. De kracht van de val wordt geabsorbeerd in de rolbeweging.

Deze twee valbewegingen kunnen in drie verschillende richtingen worden uitgevoerd (voorwaarts, achterwaarts en zijwaarts) en dit zowel links als rechts. Dit geeft in totaal 2x3x2=12 valtechnieken. 

Waarom zijn valtechnieken zo belangrijk dat ze als eerste worden aangeleerd?

Het is alvast niet omdat valtechnieken gemakkelijk zouden zijn. Correct vallen is technisch moeilijk en vergt veel training. Het is een levenslang verbeteringsproces.

Een andere reden is om te kunnen vallen in een zelfverdedigingssituatie. Wanneer je omver geduwd wordt en je bent niet in staat om je evenwicht te bewaren dan is het uiteraard belangrijk dat de val niet fataal is.

De belangrijkste reden om vroeg met valtechnieken te beginnen is echter om de trainingspartner werptechnieken te kunnen aanleren en te laten oefenen.

Hoe beter iemand kan vallen, hoe beter de partner zijn/haar werptechnieken kan oefenen.

In de Oosterse krijgksunsten wordt de aanvaller of tegenstander in de training de “uke” genoemd. De tegenstander wordt dus beschouwd als de ‘ontvanger’!

Dit lijkt paradoxaal, maar het is in feite een briljant concept dat het belang aanduidt van het “samenspel” tijdens de budotraining. Als budoka ben je immers afhankelijk van je trainingspartner.

Een goeie “uke” is iemand die hard, maar beheerst, kan aanvallen, en die tegelijkertijd in staat is om een harde, maar beheerste, tegenaanval correct te ontvangen!

Vandaar het belang van het wederzijdse respect in het budo. We groeten naar de tegenstander (“ontvanger”) om hem/haar te bedanken om ons te laten trainen en bijleren.

‹ Terug naar overzicht