​ De drie fasen van het fysieke conflict

Gepost op 31/03/2018

Een conflictsituatie bestaat uit drie fasen:

(1) Pre-fight

(2) Fight

(3) Post-fight


1. Pre-fight

In deze fase is het belangrijk om mogelijke symptomen van beginnend fysiek geweld te herkennen en om een assertieve houding aan te nemen (bvb. Geoff Thompsons “the fence”). Mogelijke symptomen zijn:

- plotse verandering in gedrag – een veelprater wordt stil of omgekeerd

- het gezicht trekt bleek (lichaam maakt zich fysiek klaar voor de aanval)

- de aanvaller maakt zich fysiek groot

De budoka vermijdt elk gewelddadig conflict en/of probeert om conflicten met (non)verbale communicatie op te lossen. Een vermeden gevecht is immers een gewonnen gevecht.

2. Fight

In deze fase start en eindigt het fysieke conflict. Er wordt een aanval geïnitieerd (impact, vastnemen, of combinatie van de twee). Er is dus een duidelijke aanvaller en er is een slachtoffer, dit in tegenstelling to een wedstrijd waarbij twee tegenstanders elkaar bekampen.

Bij zelfverdediging zijn er grenzen aan de manier waarop je je wettelijk mag verdedigen. Twee belangrijke principes bij wettelijke verdediging zijn:

(1) De fysieke integriteit van het slachtoffer is in gevaar;

(2) De verdediging van het slachtoffer is in proportie tot de aanval.

Een moeilijk vraag: wanneer begint de fight fase?

Strikt genomen is zelfverdediging enkel gerechtvaardigd wanneer iemand fysiek aangevallen wordt. De grens tussen dreiging en aanval is echter niet altijd duidelijk afgebakend.

De Japanse krijgskunsten onderscheiden drie strategieën van actie-en-reactie:

(1) Go no sen: de aanvaller neemt het initiatief en valt aan, het slachtoffer reageert na de aanval. Bijvoorbeeld, de aanvaller grijpt de keel van het slachtoffer vast en het slachtoffer reageert nadat de keel werd vastgegrepen. Hier is het heel duidelijk dat er een aanval geïnitieerd werd.

(2) Sen no sen: de aanvaller neemt het initiatief en valt aan, het slachtoffer neemt op hetzelfde moment het initiatief om te reageren met een tegenaanval. Bijvoorbeeld, de aanvaller grijpt naar de keel, het slachtoffer slaat op hetzelfde moment naar de arm van de aanvaller. De aanval is er duidelijk, maar chronologisch is er geen verschil met de verdediging. Dat het slachtoffer aangevallen wordt, is duidelijk.

(3) Sen sen no sen: Het slachtoffer valt aan op het moment dat de aanvaller het initiatief wil nemen. Bijvoorbeeld, de aanvaller maakt aanstalten om een aanval in te zetten, het slachtoffer stoot op de kin van de aanvaller. Dit is de taktiek van de “pre-emptive strike”. Hier is de grens tussen dreiging en aanval niet duidelijk. 

De laatste strategie biedt de beste kans voor het slachtoffer. Maar het gebruik van pre-emptive strikes is controversieel. Een pre-emptive strike betekent immers dat het slachtoffer de tegenaanval inzet wanneer de aanvaller eraan denkt of aanstalten maakt om aan te vallen. Maar wat betekent “aanstalten maken”? Is het opheffen van de vuist voldoende? Mag je ervan uitgaan dat de dreiging over zal gaan in een werkelijke aanval? Een getrained budoka is erop getraind om in de minste beweging een poging tot aanval te herkennen. Tegelijkertijd zijn krijgkunsten een oefening in zelfbeheersing. Een pre-emptive strike kan dus geplaatst worden, maar op het hoogste niveau zal dit leiden tot een controletechniek die de aanvaller geen disproportionele schade toebrengt.

3. Post-fight

Het is belangrijk om ook bij deze fase stil te staan. Wat moet je doen na het fysieke conflict?

- Breng jezelf in veiligheid;

- Verwittig hulp- en politiediensten indien nodig;

- Pas EHBO toe bij jezelf en/of het slachtoffer. Stel dat de aanvaller gneutraliseerd werd door een wurging, dan plaats je de aanvaller in een correcte houding. Uiteraard is dit enkel mogelijk wanneer alle gevaar geweken is;

- Ten slotte, schrijf op wat er gebeurd is. Op die manier orden je je gedachten. Deze persoonlijke debriefing helpt bij de persoonlijke verwerking en bij eventuele gerechtelijke stappen achteraf.

‹ Terug naar overzicht