Blog

Nieuws & Achtergrond

In deze blog lees je meer over wat er leeft in onze club en geven we toelichting bij onze multivechtsport.

​  De drie fasen van het fysieke conflict
Gepost op 31/03/2018

​ De drie fasen van het fysieke conflict

Een conflictsituatie bestaat uit drie fasen:

(1) Pre-fight

(2) Fight

(3) Post-fight


1. Pre-fight

In deze fase is het belangrijk om mogelijke symptomen van beginnend fysiek geweld te herkennen en om een assertieve houding aan te nemen (bvb. Geoff Thompsons “the fence”). Mogelijke symptomen zijn:

- plotse verandering in gedrag – een veelprater wordt stil of omgekeerd

- het gezicht trekt bleek (lichaam maakt zich fysiek klaar voor de aanval)

- de aanvaller maakt zich fysiek groot

De budoka vermijdt elk gewelddadig conflict en/of probeert om conflicten met (non)verbale communicatie op te lossen. Een vermeden gevecht is immers een gewonnen gevecht.

2. Fight

In deze fase start en eindigt het fysieke conflict. Er wordt een aanval geïnitieerd (impact, vastnemen, of combinatie van de twee). Er is dus een duidelijke aanvaller en er is een slachtoffer, dit in tegenstelling to een wedstrijd waarbij twee tegenstanders elkaar bekampen.

Bij zelfverdediging zijn er grenzen aan de manier waarop je je wettelijk mag verdedigen. Twee belangrijke principes bij wettelijke verdediging zijn:

(1) De fysieke integriteit van het slachtoffer is in gevaar;

(2) De verdediging van het slachtoffer is in proportie tot de aanval.

Een moeilijk vraag: wanneer begint de fight fase?

Strikt genomen is zelfverdediging enkel gerechtvaardigd wanneer iemand fysiek aangevallen wordt. De grens tussen dreiging en aanval is echter niet altijd duidelijk afgebakend.

De Japanse krijgskunsten onderscheiden drie strategieën van actie-en-reactie:

(1) Go no sen: de aanvaller neemt het initiatief en valt aan, het slachtoffer reageert na de aanval. Bijvoorbeeld, de aanvaller grijpt de keel van het slachtoffer vast en het slachtoffer reageert nadat de keel werd vastgegrepen. Hier is het heel duidelijk dat er een aanval geïnitieerd werd.

(2) Sen no sen: de aanvaller neemt het initiatief en valt aan, het slachtoffer neemt op hetzelfde moment het initiatief om te reageren met een tegenaanval. Bijvoorbeeld, de aanvaller grijpt naar de keel, het slachtoffer slaat op hetzelfde moment naar de arm van de aanvaller. De aanval is er duidelijk, maar chronologisch is er geen verschil met de verdediging. Dat het slachtoffer aangevallen wordt, is duidelijk.

(3) Sen sen no sen: Het slachtoffer valt aan op het moment dat de aanvaller het initiatief wil nemen. Bijvoorbeeld, de aanvaller maakt aanstalten om een aanval in te zetten, het slachtoffer stoot op de kin van de aanvaller. Dit is de taktiek van de “pre-emptive strike”. Hier is de grens tussen dreiging en aanval niet duidelijk. 

De laatste strategie biedt de beste kans voor het slachtoffer. Maar het gebruik van pre-emptive strikes is controversieel. Een pre-emptive strike betekent immers dat het slachtoffer de tegenaanval inzet wanneer de aanvaller eraan denkt of aanstalten maakt om aan te vallen. Maar wat betekent “aanstalten maken”? Is het opheffen van de vuist voldoende? Mag je ervan uitgaan dat de dreiging over zal gaan in een werkelijke aanval? Een getrained budoka is erop getraind om in de minste beweging een poging tot aanval te herkennen. Tegelijkertijd zijn krijgkunsten een oefening in zelfbeheersing. Een pre-emptive strike kan dus geplaatst worden, maar op het hoogste niveau zal dit leiden tot een controletechniek die de aanvaller geen disproportionele schade toebrengt.

3. Post-fight

Het is belangrijk om ook bij deze fase stil te staan. Wat moet je doen na het fysieke conflict?

- Breng jezelf in veiligheid;

- Verwittig hulp- en politiediensten indien nodig;

- Pas EHBO toe bij jezelf en/of het slachtoffer. Stel dat de aanvaller gneutraliseerd werd door een wurging, dan plaats je de aanvaller in een correcte houding. Uiteraard is dit enkel mogelijk wanneer alle gevaar geweken is;

- Ten slotte, schrijf op wat er gebeurd is. Op die manier orden je je gedachten. Deze persoonlijke debriefing helpt bij de persoonlijke verwerking en bij eventuele gerechtelijke stappen achteraf.

Valtechnieken
Gepost op 20/03/2018

Valtechnieken

Een van de eerste technieken die aangeleerd worden in de Oosterse krijgskunsten (bvb. judo, jujutsu/jiujitsu, aikido) zijn de valtechnieken. Ook in onze multivechtsport (Koryu Uchinadi) komen valtechnieken vroeg in het leertraject aan bod.

In het Japans worden valtechnieken “ukemi waza” genoemd. “Waza” kan vertaald worden als ‘technieken’ of ‘vaardigheden’. “Ukemi” bestaat uit de woorden “uke” en “mi” en vertalen we respectievelijk als ‘ontvangen’ en ‘lichaam’. Ukemi waza leert de budoka om de grond met het lichaam te ontvangen, of, met andere woorden, om te leren vallen zonder dat het lichaam schade oploopt.

Hoe wordt er correct gevallen? Dit kan op twee manieren gebeuren:

1. We kunnen de val breken. We kunnen dit doen door met de hand hard op de grond te slaan net voor het moment dat de romp de grond raakt. De slag met de hand werkt daarbij als een schokbreker.

2. We kunnen een rolbeweging maken, zodat er geen loodrechte impact met het lichaam op de grond gemaakt wordt. De kracht van de val wordt geabsorbeerd in de rolbeweging.

Deze twee valbewegingen kunnen in drie verschillende richtingen worden uitgevoerd (voorwaarts, achterwaarts en zijwaarts) en dit zowel links als rechts. Dit geeft in totaal 2x3x2=12 valtechnieken. 

Waarom zijn valtechnieken zo belangrijk dat ze als eerste worden aangeleerd?

Het is alvast niet omdat valtechnieken gemakkelijk zouden zijn. Correct vallen is technisch moeilijk en vergt veel training. Het is een levenslang verbeteringsproces.

Een andere reden is om te kunnen vallen in een zelfverdedigingssituatie. Wanneer je omver geduwd wordt en je bent niet in staat om je evenwicht te bewaren dan is het uiteraard belangrijk dat de val niet fataal is.

De belangrijkste reden om vroeg met valtechnieken te beginnen is echter om de trainingspartner werptechnieken te kunnen aanleren en te laten oefenen.

Hoe beter iemand kan vallen, hoe beter de partner zijn/haar werptechnieken kan oefenen.

In de Oosterse krijgksunsten wordt de aanvaller of tegenstander in de training de “uke” genoemd. De tegenstander wordt dus beschouwd als de ‘ontvanger’!

Dit lijkt paradoxaal, maar het is in feite een briljant concept dat het belang aanduidt van het “samenspel” tijdens de budotraining. Als budoka ben je immers afhankelijk van je trainingspartner.

Een goeie “uke” is iemand die hard, maar beheerst, kan aanvallen, en die tegelijkertijd in staat is om een harde, maar beheerste, tegenaanval correct te ontvangen!

Vandaar het belang van het wederzijdse respect in het budo. We groeten naar de tegenstander (“ontvanger”) om hem/haar te bedanken om ons te laten trainen en bijleren.

Karate en werptechnieken
Gepost op 13/03/2018

Karate en werptechnieken

Bij Seikan vormen werptechnieken (nage waza) een belangrijk onderdeel van onze leerstof. Onze multivechtsport (Koryu Uchinadi) is een hedendaagse interpretatie van oudere (19e eeuwse) Okinawaanse vechtstijlen, waarbij zelfverdediging veeleer dan competitie de voornaamste doelstelling was.

In het basisprogramma van onze multivechtsport zitten een tiental werptechnieken, gaande van veegtechnieken, heup- en schouderworpen, tot offerworpen.

Als Oosterse vechtsport is karate echter vooral bekend als een systeem van afweren, stoten en trappen. In essentie is karate ook een impactgebaseerde krijgskunst/vechtsport. Dit is duidelijk als je naar wedstrijdvormen kijkt.

Er bestaan verschillende wedstrijdvormen van het moderne sportkarate. De voornaamste vormen zijn ippon en sanbon kumite, semi-contact en full-contact karate. Al deze wedstrijdvormen zijn gebaseerd op een puntensysteem, waarbij punten worden toegekend aan stoot- of traptechnieken die - op een gecontroleerde manier - hun doel raken.

De wedstrijdvormen verschillen in de manier waarop punten worden toegekend, de plaatsen waar geraakt mag worden en hoe hard de impact mag zijn. Behalve bij full contact wedstrijden, zijn trappen onder de gordel (low kicks) niet toegestaan en is het verboden om de tegenstander uit te schakelen door een Knock Out (KO). Karatekampen vereisen dan ook de hoogste zelfbeheersing, zodat punten op een gecontroleerde manier gescoord kunnen worden.

Bij het wedstrijdkarate is het eveneens verboden (of sterk gelimiteerd) om de tegenstander vast te nemen, waardoor de meeste werptechnieken bij voorbaat onmogelijk zijn. Dit verklaart deels waarom werptechnieken (behalve veegtechnieken) minder beoefend worden binnen het sportkarate.

Toch vinden we binnen de traditionele karatevormen (kata) ook werptechnieken terug. Dezelfde worpen vinden we in het judo.

Wat is het verschil tussen de werptechnieken in het judo en in het karate? 

Welnu, de uitvoering van de technieken zelf is in principe dezelfde, alleen verschilt de context en de doelstelling ervan.

Er zijn grosso modo twee verschillen.

Ten eerste traint de judoka in de eerste plaats om te kampen tegen een andere judoka. Beiden kennen de regels van het spel en beiden zijn gespecialiseerd in werptechnieken. Het uitvoeren van een worp tegen iemand die met kennis van zaken tegenwerkt en hetzelfde probeert te bereiken is moeilijker dan een werptechniek uitvoeren tegen iemand die geen werptechniek verwacht. Bij zelfverdediging gaan we ervan uit dat de tegenstander geen kennis van zaken heeft, wat de worp gemakkelijker maakt (althans daar gaan we toch vanuit).

Een tweede verschil is dat vanuit een karate- of zelfverdedigingsperspectief de werptechniek volgt op een impact. Binnen het judo is impact (bvb. slaan of stampen) verboden. Impact kan echter toegepast worden om de tegenstander uit evenwicht te brengen (kuzushi), wat een fundamentele stap is bij het uitvoeren van een worp.

Het uitvoeren van een werptechniek verloopt in 4 stappen:

(1) Tegenstander uit evenwicht brengen (Kuzushi);

(2) Tegenstander in een positie brengen om de werptechniek uit te voeren (Tsukuri);

(3) Uitvoeren van de werptechniek (Kake);

(4) Afwerken van de werptechniek (Kime).

In het judo wordt stap (1) uitgevoerd door duwen of trekken. Bij zelfverdediging kan hiervoor ook een impacttechniek gebruikt worden. Binnen een zelfverdedigingscontext worden werptechnieken gebruikt om de aanvaller uit te schakelen  of om de aanvaller in een zwakkere positie te brengen zodat verdere impact of een controletechniek (osae komi waza, shime waza of kansetsu waza) kan volgen.

De fasen van het gevecht
Gepost op 10/03/2018

De fasen van het gevecht

Het gevecht kan op twee verschillende manieren worden ingedeeld.

In het MMA worden doorgaans drie fasen onderscheiden: 

(1) Free range impact (stand-up)

(2) Clinch

(3) Ground.

Vanuit zelfverdedigingsoogpunt onderscheiden we vier fasen: 

(1) Ontvangen

(2) Impact

(3) Overnemen

(4) Controleren.


MMA fasen

1. Free range impact fase

In de eerste fase is er geen contact tussen beide kampers (“free range”) en bestaan de aanvallen uit impactgebaseerde technieken (bvb. vuist- en kniestoten, traptechnieken). Om het gevecht in deze fase te domineren of te beëindigen is een combinatie van verplaatsingen met harde en doeltreffende impacttechnieken noodzakelijk. De bokser Muhammed Ali overklaste zijn tegenstanders omdat hij beide aspecten fenomenaal beheerste. Hij omschreef zijn boksspel zelf perfect als “float like a butterfly, sting like a bee, you can’t hit, what you can’t see”. Zijn tegenstanders konden Ali niet raken, maar zijn stoten waren harde mokerslager.

Een van de MMA-kampers die dit goed spel beheersen is de Braziliaan Lyoto Machida. Niet toevallig heeft hij een achtergrond in het moderne sportkarate. Sportkarate is een puntensysteem (KO is niet toegestaan), maar geen enkele andere vechtsport beheerst het voetenspel zo goed als het sanbon kumite (wedstrijdvorm van het moderne karate).

2. Clinch

In de clinchfase grijpen de tegenstanders elkaar vast. Dit kan al dan niet gepaard gaan met impacttechnieken, maar meestal probeert men de tegenstander naar de grond te brengen. De grote specialisten in de clinch zijn thai boksers, worstelaars en de judokas. Het grote verschil tussen thaiboksen en het westers kickboksen is dat het thaiboksen  tradioneel een clinchsysteem is, waarbij tegenstanders elkaar mogen vastgrijpen en waarbij vanuit de clinch elleboog-, knie- en kopstoten mogen gegeven worden. Daarnaast kent het thaiboksen, in tegenstelling tot het kickboksen, ook werp- en veegtechnieken uit de clinch.

Zowel het judo als het worstelen zijn gespecialiseerd in werptechnieken. Worstelaars zijn in het voordeel in het MMA omdat zij gewoon zijn om zonder gi te trainen. De bekendste judoka die een succesvolle overstap naar het mma gemaakt heeft is Ronda Rousy. Met een achtergrond in het judo en het worstelen, heeft onze Vlaamse mma-ster Cindy Dandois ook zeer sterke takedowns.

3. Ground

Het belang van een goede ground game is gebleken uit de eerste internationale MMA-gevechten (UFC), waarbij de Gracies hun tegenstanders naar de grond brachten, om ze vervolgens te domineren en te overwinnen. Ondertussen trainen alle MMA-atleten (en bij uitbreiding iedereen die serieus met martial arts bezig is) op grondwerk.

Controle is het belangrijkste aspect van het grondwerk. Op de grond kun je een tegenstander gemakkelijker en beter controleren dan rechtopstaand. Je controleert het lichaam van de tegenstander door de beweeglijkheid ervan te verminderen, wat op zijn beurt voor de tegenstander de mogelijkheid verkleint om zware impact toe te dienen.

Tegenwoordig oefenen atleten met een minder uitgesproken ground game op technieken en strategieën om het grondgevecht te vermijden. Die strategie wordt “sprawl ’n brawl” genoemd. “Sprawl” is een verdediging tegen een single of double leg takedown. “Brawl” is straattaal voor vuistgevecht.

Een andere strategie die toegepast wordt door strikers met een minder uitgesproken ground game is “ground ’n pound”. “Ground” betekent de opponent neerhalen met een takedown, “pound” betekent kloppen. In deze strategie wordt een tegenstander vrij brutaal overmeesterd door een regen van stoten

Zelfverdedigingsfasen

Vanuit een zelfverdedigingsperspectief kan het gevecht in vier fasen onderverdeeld worden: (1) Ontvangen, (2) Counteren, (3) Overnemen, en (4) Controleren.

Hier moet onmiddellijk de nuance gemaakt worden dat het in een verdedigingssituatie nooit om een gevecht tussen twee tegenstanders gaat die voor de overwinning strijden. Er is een aanvaller en er is een slachtoffer dat zich verweert op de wettelijk toegestane manier. Het “zelfverdedigingsgevecht” duurt hooguit enkele seconden, dit in tegenstelling tot een wedstrijd die meerdere minuten kan duren.

1. Ontvangen

Het slachtoffer wordt aangevallen en “ontvangt” de aanval. Hier zijn een aantal mogelijke uitkomsten.

(1) De aanval komt onverwacht, treft doel en schakelt het slachtoffer uit. Einde verhaal. Dit is typisch het geval bij een roofoverval. Het is over vooraleer het slachtoffer beseft dat er iets gebeurd is. Verdedigingstechnieken aanleren aan oudere dames om hen te beschermen tegen handtasdiefstal is daarom zinloos en oplichterij.

(2) De aanval komt onverwacht, is minder doeltreffend en schakelt het slachtoffer niet uit, maar het slachtoffer verstijft van angst en is compleet ontredderd. Einde verhaal.

(3) De aanval komt onverwacht maar schakelt het slachtoffer niet uit. Het slachtoffer vangt de aanval op en kan zich verder verweren. Fase 2 start.

(4) Het slachtoffer herkent de aanval. Impact wordt bijvoorbeeld geblokkeerd of afgeleid. Het slachtoffer wordt vastgenomen maar behoudt het evenwicht en verplaatst zich naar een dominante positie met of zonder impact.

Zelfverdediging is enkel van toepassing in 3 en 4. In 4 is het slachtoffer het best geplaatst om zich adeqaat te verdedigen.

2. Counteren

In deze fase begint het de tegenaanval. Doorgaans gebeurt dit aan de hand van impact (slag, stoot, trap, enz.). Soms volstaat een eenvoudige bevrijding om te kunnen ontsnappen van de aanvaller.

Impact dient twee functies. 

(1) Impact gebruikt worden om de aanvaller te neutraliseren (meer heeft een bokser niet nodig)

(2) Impact kan gebruikt worden om de tegenstander af te leiden of in een zwakkere positie te brengen om andere technieken toe te passen (dit is typisch voor jujutsu of BJJ). 

Onze multivechtsport (Karate, meer specifiek Koryu Uchinadi Kenpo-Jutsu) is een "percussive impact based martial art".

3. Overnemen

Overnemen betekent dat het slachtoffer het lichaam of een ledemaat van de aanvaller vastgrijpt om een worp, klem- of wurgtechiek in te zetten.

De counter in Fase 2 wordt daarbij gebruikt als afleidings- of verzwakkingsmanoeuver, waardoor het slachtoffer gemakkelijker kans krijgt om een worp of controletechniek in te zetten. In het traditionele aikido gebruikt men ook impacttechnieken (“atemi”) alvorens een worp of klemtechniek wordt toegepast. Judoka kunnen in een zelfverdedigingssituatie ook impacttechnieken inzetten om de tegenstander uit evenwicht te brengen (“kuzushi”).

4. Controleren

Controle gebeurt doorgaans op de grond – staande klemmen en wurgingen zijn mogelijk, maar moeilijk om uit te voeren. Door de aanvaller naar de grond te brengen, is het gemakkelijker om die te immobiliseren.

Tot slot, goede zelfverdediging is eenvoudig en brutaal. Maar “eenvoudig” betekent hier niet hetzelfde als “gemakkelijk”. Klemtechnieken en wurgingen zijn moeilijk. Stoten en slaan met impact is dat ook. Zichzelf verweren tegen agressie is moeilijk en daar moeten we ook realistisch in zijn. Een techniek aanleren in de dojo onder veilige omstandigheden en met een coöperatieve partner is iets anders dan die techniek toepassen in reële omstandigheden. De realiteit kan slechts gedeeltelijk benaderd worden. Dit leidt al eens tot frustratie van de beoefenaar – kan/zal mijn techniek werken? En ja, gewicht en kracht van de aanvaller spelen zeker een rol. Het romantische ideaal dat een je de kracht van de aanvaller tegen hem gebruikt is marketingpraat. Om het in de minder romantische woorden van Geoff Thompson te zeggen: wil je jezelf leren verdedigen, leer dan vooral “to hit fucking hard”.

Hoe start ik met een vechtsport?
Gepost op 08/03/2018

Hoe start ik met een vechtsport?

Met ongeveer 55.000 beoefenaars zijn de vechtsporten in Vlaanderen aan een opmars bezig. Bij Seikan organiseren we elk jaar een tweetal initiatiesessies waarbij we onze multivechtsport aan het brede publiek voorstellen. Dit is de ideale manier om een met een kleine groep geïnteresseerden van onze sport te proeven.

Na de initiatielessen bieden we de mogelijkheid om via een schakelprogramma de overstap te maken naar de reguliere trainingen. Dit schakelprogramma zorgt voor een laagdrempelige overgang tussen initiatie en het serieuzere werk.

Eens je aangesloten bent bij onze club, kun je op eigen tempo progressie maken. De progressie binnen een vechtsport of krijgskunst wordt aangeduid aan de hand van een gekleurde gordel; wit - geel - oranje - groen - blauw - bruin - zwart. Wie regelmatig traint (minimum tweemaal per week) kan de blauwe band halen in een drietal jaar. Daarna volgt ongeveer drie jaar tot de zwarte band. Om over te gaan naar een hogere gordel dien je te slagen voor een examen. Examens worden tot en met de bruine gordel binnen onze club georganiseerd.

Binnen onze club bestaan er ook verschillende interesses. Sommigen houden van sparren en onze interne competitie, anderen focussen op zelfverdediging. Iedereen traint omdat krijgskunsten beoefenen voldoening biedt en er altijd wel iets nieuws te leren valt. Je verbetert je fysieke conditie, je mentale weerbaarheid en de zelfverdedigingstechnieken geven een verzekering die je hopelijk nooit moet gebruiken. 


Een sportclub is voor alle rang en stand.
Gepost op 26/02/2018

Een sportclub is voor alle rang en stand.

De missie van Seikan luidt: “Waar vrienden samenkomen om de meest complete multivechtsport te beleven”. Hoe we onze multivechtsport beleven, is minstens even belangrijk als welke technieken we trainen.

Onze sportvereniging is een vriendenclub waar veel belang gehecht wordt aan waarden als kameraderie en sociaal welbevinden. Naast onze trainingen organiseren we op regelmatige basis extra activiteiten om het groepsgevoel te versterken, zoals BBQ, kleiduifschieten, paint ball, pistoolschieten, karting, golf, escape room. Alle leden helpen mee bij de organisatie van deze activiteiten. Na de training houden we graag een gezellige babbel tijdens onze fameuze “bartime” – “extra time” voor beoefenaars van de serieuze krijgskunsten.

Ben je op zoek naar een gezonde en gezellige activiteit voor je vrije tijd? Neem dan zeker contact op met Seikan vzw uit Tielt.  

Klemtechniek, Seikan vechtsport Tielt
Gepost op 14/02/2018

Klemtechniek, Seikan vechtsport Tielt

Een van de onderdelen van onze multivechtsport zijn klemtechnieken (Japans “kansetsu-waza”). Bij een klemtechniek wordt een gewricht in een zodanige positie gebracht dat er pijn ontstaat. Een klem kan op drie manieren tot stand komen:

 

1.      gewricht overstrekken (hyperextensie)

2.      gewricht overplooien (hyperflexie)

3.      gewricht overdraaien (hyperrotatie)

 

Op elk gewricht kan een klem gezet worden (vingers, pols, elleboog, schouder, nek, rug, heup, knie, enkel, voet, tenen).

Klemtechnieken kunnen zowel rechtstaand als op de grond toegepast worden. Op de grond is de controle van de tegenstander groter, wat het eenvoudiger maakt om een klem te behouden.

Een klemtechniek veroorzaakt pijn en kan aangewend worden voor drie doeleinden:

 

1.      ter controle van de tegenstander door pijn;

2.      als evenwichtsverstoring om een volgende impact efficiënter te maken;

3.      als werptechniek.

 

De volgende vechtsporten heeft een uitgesproken voorkeur voor klemtechnieken: aikido, chin na, Daito ryu jiujitsu, en BJJ.  

Waarom worden klemtechnieken gebruikt? Klemtechnieken worden door veiligheidspersoneel en politiediensten toegepast om personen te controleren door pijn zonder fysieke schade te berokkenen. In MMA-wedstrijden leiden klemtechnieken tot een “submission”, opgave zonder KO. In een zelfverdedigingscontext zijn klemtechnieken belangrijk om tegemoet te kunnen komen aan het proportionaliteitsbeginsel; volgens de wet moet het geweld dat gebruikt wordt om zichzelf te verdedigen in verhouding staan tot het beschermde belang; Je mag dus niet zomaar iemand de kop inslaan wanneer je vastgegrepen wordt. 

BJJ in Tielt
Gepost op 18/01/2018

BJJ in Tielt

Grondwerk (in het Japans “ne waza”) verwijst naar het geheel aan posities, technieken en strategieën om een opponent te overmeesteren of uit te schakelen op de grond. Jezelf kunnen verdedigen op de grond is een belangrijk onderdeel van elk all-round verdedigingssysteem. In de Mixed-Martial Arts (all-round vechtsport) is het grondwerk een van de drie fundamentele vaardigheden (naast impact en clinch/werptechnieken).

 

Het grondwerk is dé specialiteit van het Braziliaans jiujitsu (ook genaamd Brazilian jiu jitsu, Gracie Jiu Jitsu of kortweg BJJ). BJJ is momenteel een van de snelst groeiende vechtsporten ter wereld. BJJ verwierf wereldfaam in de “kooigevechten” uit de jaren 1990  (Ultimate Fighting Championship), waar de Graciefamilie – de Braziliaanse familie die aan de basis ligt van BJJ –, met schijnbaar gemak sterkere tegenstanders kon overmeesteren.

 

BJJ is historisch voortgevloeid uit de Japanse vechtsport Japanse Judo. Het Judo heeft eveneens een uitgebreid arsenaal aan grondtechnieken (traditioneel ne waza genoemd). Het grondgevecht is in het judo wat verwaterd, voornamelijk onder invloed van het competitiereglement, dat aanspoort tot rechtopstaand kampen.

 

Andere vechtsporten die inzetten op grondwerk zijn: worstelen (vrije stijl), traditioneel Jujutsu, catch-as-catch-can, submission wrestling, en 10th planet Jiu jitsu. Die laatste maakt een sterke opmars omdat het een stijl is die heel geschikt is voor MMA. Er wordt immers niet gekampt in een traditioneel judopak (een zogenaamde “gi”). 10th planet JJ wordt daarom ook no-gi grappling genoemd. BJJ is een gi-systeem.

 

Hoe kan een tegenstander overmeesterd worden op de grond? Er zijn grosso modo vier manieren:

  • Ground ’n pound: tegenstander wordt naar de grond gebracht en uitgeschakeld door impacttechnieken (bvb., reeks vuistslagen).
  • Controle door houdgreep. De tegenstander wordt in een positie gebracht waaruit hij/zij niet meer kan ontsnappen. 
  • Klemtechniek: een ledemaat wordt in een zodanige positie gedraaid dat er enorme pijn optreed. De tegenstander kan dan afkloppen (Engels “to tap”), zoniet wordt een breuk of dislocatie aangebracht.
  • Wurgtechniek: De tegenstander verliest het bewustzijn.  

 

De typische BJJ-taktiek (game plan) bestaat er bijvoorbeeld in om de slagen en de stoten van de tegenstander op te vangen, de tegenstander naar de grond te brengen, om die vervolgens uit te schakelen door een klem of wurging. In het moderne MMA is dit nog steeds een van de meest efficiënte taktieken (bvb. Cindy Dandois).

 

Het grondwerk vormt een belangrijk onderdeel in onze multivechtsport “Koryu Uchinadi”. Het is niet de kern van ons zelfverdedigingssysteem, dat in de eerste plaats gericht is op impact (stoten en trappen), maar we streven wel naar een degelijke basis.

 

 

  

« 1 2 »

Meer info over seikan?

Contacteer ons